Kwijting
Een kwijting die zegt wat er betaald is — en niets meer dan dat.
Een kwijting lijkt het onschuldigste stuk uit het contractenrecht: iemand bevestigt dat hij geld heeft ontvangen. Toch is het een stuk waarmee mensen regelmatig meer weggeven dan ze bedoelden — en dat komt door één zinnetje.
Het zinnetje
“Voor saldo van alle rekeningen.” Het staat op vrijwel elk model dat u kunt downloaden, en het doet meer dan een ontvangst bevestigen. Uit zulke bewoordingen kan een afstand van recht worden afgeleid, en soms zelfs een dading. Voor een schuldeiser die net een deelbetaling aanvaardde, is dat het tegenovergestelde van wat hij wilde vastleggen.
Dit document gebruikt de formule nergens. Het zegt wat er is betaald, op welke datum, voor welke schuld, en — bij een gedeeltelijke betaling — wat uitdrukkelijk niet is kwijtgescholden. Die laatste zin staat in een kader, omdat zij het is die u later nodig hebt.
Drie varianten, omdat de wet drie situaties anders behandelt
Bij een gewone schuld tussen partijen verleent het stuk kwijting en stelt het vast dat de schuldenaar bevrijd is. Bij een betaling door een werkgever ligt het anders: de kwijting van de werknemer geldt enkel als ontvangstbewijs en houdt geen afstand van rechten in — het document zegt dat met zoveel woorden, met de wetsartikelen erbij, en het gebruikt uitsluitend bewoordingen die op de loutere ontvangst slaan. Bij een uitkering door een verzekeraar blijft gelden dat de rechten van de verzekerde bestaan voor schade die niet is opgesomd, in het bijzonder voor schade die pas later aan het licht komt.
De subrogatie, en waarom de datum telt
Betaalt een derde de schuld, dan kan hij in de rechten van de schuldeiser treden. Maar dat moet uitdrukkelijk én gelijktijdig met de betaling gebeuren. Een subrogatie die pas een week na de betaling wordt bedongen, komt te laat. Het document kijkt daarom naar de datum: valt de kwijting samen met de betaling, dan verleent zij de subrogatie; ligt zij later, dan stelt het document vast wat partijen bij de betaling zelf zijn overeengekomen — en het zegt erbij dat wat toen niet werd bedongen, achteraf niet meer kan worden hersteld.
Kleine dingen die het verschil maken
Bij een cheque wordt de kwijting verleend onder voorbehoud van effectieve inning: wordt de cheque niet gehonoreerd, dan herneemt de schuldvordering haar volle omvang. Bij een betaling in natura — juridisch een inbetalinggeving — wordt het stuk wederkerig, want de schuldeiser aanvaardt dan vrijwillig een andere prestatie dan de hem verschuldigde. En de ondergetekende verklaart uitdrukkelijk bevoegd te zijn om de betaling te ontvangen: zonder die bevoegdheid is de schuldenaar niet bevrijd.
Wat krijgt u
- ✓Een kwijting als PDF én bewerkbaar Word-bestand
- ✓Drie varianten: gewone schuld, arbeidsrelatie, verzekering
- ✓Bij gedeeltelijke betaling: een uitdrukkelijk voorbehoud voor het saldo
- ✓Een subrogatie die de gelijktijdigheidseis van de wet respecteert
- ✓Voorbehoud van inning bij een cheque
Veelgestelde vragen
Waarom staat “voor saldo van alle rekeningen” er niet in?+
Omdat die woorden meer doen dan een ontvangst bevestigen. Uit zulke formuleringen kan een afstand van recht worden afgeleid, en in sommige gevallen zelfs een dading — een overeenkomst waarbij partijen wederzijdse toegevingen doen om een geschil te beëindigen. Wie tekent om te bevestigen dat hij 3.000 euro heeft ontvangen, wil doorgaans niet ook de rest van zijn vordering prijsgeven.
In een arbeidsrelatie is dat punt uitdrukkelijk geregeld: de kwijting die een werknemer bij het einde van de dienstbetrekking aflevert, geldt enkel als ontvangstbewijs en houdt geen afstand van rechten in. Deze variant van het document zegt dat ook met zoveel woorden, in een kader.
Wilt u wél een geschil definitief regelen, dan is een dading het geschikte instrument — niet een kwijting. Dat is een ander stuk, met andere gevolgen, en het loont om het te laten nazien vooraleer u tekent.
Ik betaal de schuld van iemand anders. Kan ik in de rechten van de schuldeiser treden?+
Ja, maar op één voorwaarde die vaak wordt gemist: de subrogatie moet uitdrukkelijk zijn bedongen én gelijktijdig met de betaling gebeuren (art. 5.218 BW). Wie eerst betaalt en pas een week later aan de schuldeiser vraagt om een subrogatieverklaring te tekenen, is te laat.
Daarom kijkt dit document naar de datum. Valt de kwijting samen met de betaling, dan verleent zij de subrogatie. Ligt de kwijting later, dan doet het document niet alsof zij nu tot stand komt: het stelt vast dat partijen dit bij de betaling zelf zijn overeengekomen, en het zegt er uitdrukkelijk bij dat een subrogatie die toen niet werd bedongen, achteraf niet meer kan worden hersteld. Dat is minder comfortabel, maar het is wat het stuk kan waarmaken.
Is de betaling gedeeltelijk, dan neemt het document ook op dat de subrogatie de oorspronkelijke schuldeiser niet mag benadelen: voor wat hem nog verschuldigd blijft, oefent hij zijn rechten uit bij voorkeur boven de betalende partij.
Mijn klant betaalt een deel. Wat moet er dan zeker in staan?+
Twee dingen. Ten eerste dat er kwijting wordt verleend ten belope van het betaalde bedrag — en enkel daarvoor. Ten tweede dat u zich voor het saldo, de interest en de kosten uitdrukkelijk al uw rechten voorbehoudt, en dat het stuk geen afstand van recht, geen uitstel van betaling en geen erkenning van enige betwisting inhoudt. Dit document zet die tweede zin in een kader, precies omdat zij het is die u later nodig hebt.
Let ook op de toerekening. Zonder andersluidende afspraak wordt een betaling die de schuld niet kwijt, eerst op de interest toegerekend en pas daarna op de hoofdsom (art. 5.210 BW). Vraagt uw klant om de hoofdsom eerst af te boeken, dan is dat een toegeving van uw kant — mogelijk, maar zij moet uitdrukkelijk in het stuk staan.